aangespoeld

Sommige mensen kunnen volstaan met enkele woorden om hun afkomst voor geïnteresseerde luisteraars kenbaar te maken.

Waarom dat bij mij altijd met veel, en liefst, mooie woordjes over de mensheid moet worden uitgestrooid, heb ik noodgedwongen leren aanvaarden. Voor de luisteraar zal het misschien eerder klinken als een langdradig, saai verhaal.

Stap dan rustig verder en even goede vrienden, hoop ik.

Toch kan ik het niet laten om mijn eerste pasjes aan de arm van de koningin der badsteden onder woorden te brengen. Dwalend langs de vloedlijn, inwendig grommend over de te drukke zeedijk, oftewel zigzaggend door de stad.

Ik moet eerlijk zeggen, het voelde soms alsof ik behoorlijk verloren en stuurloos rond dobberde tussen eb en vloed.

’s Avonds, terug op mijn appartement plofte ik dan meestal moedeloos en verteerd door zelfmedelijden in mijn goedkope Ikea zetel.

Mijn enige redding leek me toen om mijn digitale klaagzang aan mijn geduldig laptopje toe te vertrouwen … en daar mogen jullie, willens nillens, van mee genieten.

Daarna duiken we samen als nieuw terug het heden in.

Raar volk, die Oostendenaars.

Ik ben helemaal niet met de boot naar Oostende gekomen. 

Laat staan dat ik onderweg schipbreuk heb geleden. 

Toch weet elke rechtgeaarde West-Vlaming al na twee woorden dat ik een aangespoelde ben.

Zijn of haar opgetrokken wenkbrauwen spreken boekdelen.

‘Nie van iere, zèèèkers?’

En gelijk hebben ze.

Ik ben immers geboren en opgegroeid in die wirwar van verloren gelegde stukjes België in Nederland.

Nooit van gehoord? Vraag Google maps waar Baarle-Hertog ligt en die rept zich flitsend naar de drie bulten aan de bovenkant van de Belgische kaart.

Tussen de tweede en derde uitstulping ligt een minuscuul, grillig vlekje in Nederland waarbij Google zijn vlagje zal planten.

Twee Baarles. Het Belgische Baarle-Hertog versnipperd in het

Nederlandse Baarle-Nassau.

Door die mengelmoes van de Kempische zachte ‘Ge’ en de veel scherpere Nederlandse ‘Gé’ loop ik sowieso al heel mijn leven als sprekende kameleon rond. 

Ik kan dus net zomin mijn accent wegmoffelen als al die West-Vlamingen rond mij.

En gelukkig maar.

Hoe langer ik langs de Oostendse kust dwaal en gaandeweg mijn vooroordelen heb zien wegwaaien over de Noordzee, hoe aangenamer het West-Vlaams me in de oren begint te klinken.

Oké, ik snapte niet dat ik tijdens een optreden mijn pintje met ‘sjtongs’ moest betalen. Gelukkig wees een vriendelijke concertganger mij het tentje aan waar ik ‘jetons’ kon kopen. Leuk volkje, die van Oostende.

Maar goed, het verhaal houdt hier niet op natuurlijk. 

Om het even plat uit te drukken, na drieënzeventig jaren als ‘boerke van buiten’ spoel ik zomaar aan in een stad! Mijn leven lang op het platteland gewoond. De laatste 20 jaren zelfs in de bergen, ergens in Zuid Frankrijk, tussen de paarden. Niet echt het ‘platte’land’, maar veel buren waren er toch niet.

En zie nu. 

De tanende geborgenheid van een steeds kleiner wordende familie en kinderen en kleinkinderen die verdomd interessante levens leiden … de drang om dit alles eens van dichterbij te gaan volgen liet me niet meer los.

Dus, terug naar België, van waaruit de Nederlandse tak van geliefden ook nog  gemakkelijk te bereiken is.

Daarbij, lang genoeg berglucht gesnoven, maar wat dan? 

Na vele bergwandelingen, waarbij evenveel overpeinzingen in ravijnen verdwenen, kwam de zee uiteindelijk als meest aantrekkelijk alternatief aangewaaid.

Maar waarom dan net Oostende, verklapten verbaasde blikken van familie en vrienden. Veel lelijke hoogbouw en nog veel meer toeristen en dan nog, jij bent toch helemaal geen stadsmens!

Nee, ben ik ook niet, maar ik heb al meer beslissingen in mijn leven genomen die menig nacht mijn melatonine toevoer gehackt hebben.

Ingepakt in een cocon van vraagtekens kun je, juist of fout, alleen maar ontpoppen door de stap te zetten.

En dan was daar Oostende.

Gelukkig wonen hier een paar goede vrienden die als Oostends dialectenwoordenboek goud waard zijn en tevens als mijn kompas fungeren in het stadsleven allerlei. 

Via, via, vrij snel een leuk, betaalbaar appartement in een vrij rustige buurt gevonden

Nu fietst en wandelt er weer een nieuwe bewoner rond, zijn verwarde kaalkop gebogen over zijn digitaal stadsplan. Druk bezig met administratieve rompslomp en het leren kennen van stadslawaai en andere gewoontes.

Ik wen aan de stad, de stad lijkt echter moeilijker te wennen aan die rare, eenzame snuiter die duidelijk niet van hier is.

En dan is het gemakkelijk om het op de stugheid van de mensen naast, onder en tegenover mij te steken, terwijl het simpelweg mijn eigen eeuwige verlegenheid is die mijn drempelvrees uitbaat.

Eenmaal weer veilig in mijn appartement is er natuurlijk het drempelloze internet waar deze nog kloeke gepensioneerde zich op zijn best laat zien op de Oostendse vrijwilligersmarkt.

Intussen voel ik me allang geen drenkeling meer en begin steeds meer te genieten van de vele mogelijkheden die deze stad aanreikt en weet intussen wel waar en wanneer ik aan het strand moet zijn om met volle teugen van de zeelucht te profiteren of van de rust in de omliggende polders.

Drie jaar geleden intussen, heb ik op deze manier mijn onzekerheid van me proberen af te schrijven. Intussen voelt Oostende een stuk vertrouwder aan en kan ik steeds meer mensen koesteren die ik heb leren kennen en waarderen.

Oostendenaars zijn wie ze zijn, net zoals alle mensen … en ik.

Zoekend, onzeker, lief, stout, onverdraagzaam of niet … als ik mezelf kan nemen zoals ik ben, zal het, golvend als de zee en meegaand op de getijden wel lukken zeker.

Zo, mensen, als er nu nog eens iemand vraagt ‘nie van iere zèèèkers’ stuur ik ze linea recta naar de website van ’t Kadaster!

Genoeg uitgelegd.

Tot de volgende,

Herman

Next
Next

Kaptrice